Lichtvisie op gewestwegen

Sinds juli 2011 is de lichtvisie voor autosnelwegen in Vlaanderen van kracht. Deze nieuwe verlichtingsprincipes doen het licht uit waar het kan en enkel aan waar het moet. 

Beslissen om al dan niet te verlichten op gewestwegen is echter niet zo eenvoudig. Er moet immers niet alleen rekening worden gehouden met verkeersveiligheid maar ook met sociale veiligheid. Daarnaast begeven zich, in tegenstelling tot autosnelwegen, ook fietsers en voetgangers op gewestwegen.

Om met al deze factoren rekening te houden werden verschillende beslissingsbomen opgesteld, die de verantwoordelijke van een project stap voor stap begeleiden in het beslissen over wegverlichting.

Bewuster omgaan met verlichting

Om bewuster om te gaan met verlichting is het uitgangspunt van de nieuwe lichtvisie om bij nieuwe projecten of bij grondige renovaties geen verlichtingsinstallatie meer te plaatsen, tenzij er goede redenen zijn om te verlichten. Op plaatsen waar er in de toekomst niet meer wordt verlicht, worden er wel steeds flankerende maatregelen voorzien. 

Deze principes zullen ervoor zorgen dat er bij nieuwe of renovatieprojecten bewuster wordt omgegaan met verlichting. Het belangrijkste doel van deze lichtvisie is dan ook energiezuiniger te verlichten en lichthinder te minimaliseren. De verlichting zal ook beter worden afgestemd op de weggebruiker die voorbijkomt en de omgeving waarin het lichtpunt zich bevindt.

Veiligheid blijft de eerste prioriteit

De eerste prioriteit om te beslissen of er al niet verlicht zal worden is de veiligheid, dit zowel in het verkeer als sociale veiligheid. Op locaties waar het verkeer veel manoeuvres moet uitvoeren zoals rotondes, bij verkeerslichten, aan op- en afritten of ongelijkvloerse kruisingen zal het licht altijd branden.

Ook de sociale veiligheid is belangrijk. Daarom wordt er verlicht in bebouwde kommen, op plaatsen met veel bebouwing, tunnels en onderdoorgangen. Bovendien wordt er op gelet dat licht en donker niet te snel afwisselen. Dat is immers niet goed voor het  waarnemingsvermogen en is dus onveilig. Het Agentschap Wegen en Verkeer neemt hierbij als handvat dat als je een donkere zone inrijdt deze minstens 15 seconden moet bedragen zodat de ogen zich aan de duisternis kunnen aanpassen.  Bij een snelheidsregime van 70 km/u betekent dit dat er minstens 300 meter onverlichte weg moet zijn. Is dat niet mogelijk, dan wordt het ganse traject verlicht.

Ook voor gemeentewegen?

De lichtvisie geldt dan wel als richtlijn voor projecten van het Agentschap Wegen en Verkeer, ook gemeentebesturen kunnen deze lichtvisie gebruiken als richtlijnenkader. Hierdoor kunnen we werken naar meer uniformiteit en herkenbaarheid van de verschillende wegtypes in Vlaanderen.

De volledige lichtvisie kan u hier downloaden.